Dorpskapper Hans is Maartensdijker van het jaar

Iedereen kent hem als kapper Hans en al 50 jaar knipt hij de inwoners van Maartensdijk. Vanwege dat gouden jubileum is kapper Hans Stevens (74) vanaf deze week de Maartensdijker van het jaar. Maandag werd hij door familie, klanten en de burgemeester in het zonnetje gezet en is nu dus drager van deze eretitel. ‘Je bouwt met zoveel mensen een band op. Dat is het allermooiste van dit vak.’

Zijn kleine kapperszaak aan het Maertensplein oogt als een woonkamer uit de jaren ’50 en ’60. De afspraken komen binnen via een bakelieten telefoon en de oude Philips-buizenradio doet het nog steeds. De zaak hangt vol met Amerikaanse reclameborden, familiefoto’s en oud kappersgereedschap. Voor het raam hangt een kooi met daarin kanarie Piet en op de deurmat ligt hond Nicha te slapen. In de kappersstoel rust Hans even uit tussen twee klanten door. “Ik plan het allemaal een beetje ruim in hoor, het hoeft allemaal niet meer zo hard als vroeger.”

Ik heb hier slechts twee modelletjes: gelukt en mislukt

• Hans Stevens

Op deze middag is het extra druk in de zaak, want het is de wekelijkse seniorendag (‘knippen voor een tientje’). Ook komen er om de haverklap mensen binnen om Hans te feliciteren met zijn gouden jubileum. Hij krijgt een envelop met het opschrift ‘Hans’ en een kamerplant. In de kappersstoel wacht vaste klant Tim uit Utrecht geduldig alle spontane bezoekjes en praatjes af. Hij komt al jaren speciaal naar Maartensdijk gefietst voor kapper Hans. “Het is hier altijd zo gemoedelijk. Het is ons kent ons. Een echte dorpskapper.”

In 1972 kwam hij naar Maartensdijk en opende daar de eerste kapsalon, maar Hans Stevens woont nog steeds in Soesterberg waar zijn carrière begon in de kapperszaak van zijn vader. “Daar mocht ik als kleine jongen al helpen om op zaterdag de boeren te scheren. Die vielen dan vaak in de stoel in slaap omdat ze al vanaf half vier ’s ochtends op het land werkten. Het scheerschuim kleurde bruin van het vuil.” Daarmee was het voor Hans al snel duidelijk: dit wil ik ook.

In 1968  begon hij zijn eigen salon op de voormalige vliegbasis Soesterberg. “Dan kwamen er in één keer 40 Amerikaanse soldaten binnen die geknipt moeten worden en dan leer je het vak wel hoor.” Maar het moeilijkste aan deze baan zijn de praatjes die je maakt met mensen, want dat kun je volgens Hans niet leren. “Dat moet gewoon in je zitten. Ik ben gevoelig en ik leef mee. En niet elke klant heeft zin om te kletsen, maar dan doe ik het wel” zegt hij lachend.

Een nieuwe klant neemt plaats in de stoel. “Wat een weertje vandaag hè? Vorige week was het nog een kolerezooi met die hagel” begint Hans. “Ga je er nog een paar daagjes tussenuit?” Via het weer en vakantie komt het gesprek al snel op Oekraïne en Poetin. Voor Hans een mooi bruggetje om over zijn Amerikaanse tijd in Soesterberg te beginnen: “De koude oorlog heb ik van heel dichtbij meegemaakt in 1968. Die Amerikanen moesten echt niks van die Russen hebben. Zo’n soldaat vroeg aan mij: wat doe jij als de Russen komen? Ik zei: ik verander mijn prijzen gewoon in roebels. Dat vonden ze niet zo leuk daar.”

Hans is nu al ruim 55 jaar kapper. “Ik ben nu 74, maar ik heb echt geen tijd voor pensioen.” De zeven maanden dat zijn kapsalon dicht moest tijdens de lockdowns waren dan ook geen pretje voor hem. Hij zat veel thuis en verveelde zich. “Knippen mocht niet, maar ik mistte vooral mijn klanten en de gesprekken. Ik heb toen een kartonnetje op de deur gehangen dat mensen op vrijdag gewoon welkom waren voor een kop koffie of een biertje om gewoon even te kletsen. Dat sleepte mij er doorheen.”  Inmiddels is Hans weer volop geopend en denkt niet aan stoppen. “Ik ga door totdat het fysiek echt niet meer kan.” Hij hoopt dat zijn zaak ooit wordt voortgezet door zijn dochter. “Dan wordt het waarschijnlijk kapper Bianca, maar de zaak blijft in de familie. Dat zou toch mooi zijn.” 


advertentie